Home Up Inhoud Gisteren Vandaag Morgen Links VM Nieuw Voor Leden

 

Intentieverklaring E.P.

 

... 40 jaar Georges Beernaerts, en wat nu ?

Extracten uit de openingsrede van A° M° Eric P. (2001)

Links

      1. Oprichting van de Loge Georges Beernaerts
      2. Vrijmetselarij in de 21ste eeuw binnen Georges Beernaerts
 

Kenwoorden

      Les Elèves de Thémis
      Marnix Van St. Aldegonde
      De Geuzen
      Salvador Allende
      De Werf
      Reinaert
      Leo Apostel
      Progressieve Vrijmetselarij in Vlaanderen

 

1. Oprichting van de A.L Georges Beernaerts

... Ik zou hier nu de principeverklaring die ten grondslag ligt aan de oprichting van onze dierbare werkplaats kunnen naar voorbrengen. Ik ga dit niet doen. Elke hier aanwezige Br° heeft na zijn inwijding die principeverklaring welke opgenomen is in ons ‘Bijzonder Reglement’ zeker minstens éénmaal gelezen en over die woorden nagedacht. Hierbij zal het voor iedereen duidelijk zijn geweest dat de stichters van onze werkplaats een andere maçonnerie voor ogen hadden dan de toen gangbare opvattingen. 

Georges Beernaerts wou als werkplaats meer zijn dan een verouderde, versuffende uiteengereten Maçonnerie. De oprichting van de Grootloge van België op 4 december 1959 en de naweeën daarvan waren niet vreemd om dergelijke stelling in te nemen. 

Georges Beernaerts wou als werkplaats een traditie van voortdurende progressiviteit creëren. De stichters stelden dan ook dat de traditie van de Vrijmetselaar erin bestaat steeds de verkondiger te zijn van de nieuwe en groeiende gedachte van zijn tijd.

De jaren zestig werden gekenmerkt door vernieuwende maatschappelijke krachten die actief waren. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat er broeders waren die begaan waren met de nieuwe tendensen die er binnen onze maatschappij leefden. Het was in de jaren zestig dat in de Verenigde Staten, meer bepaald in Californië, de cultuur van de hippies tot ontwikkeling kwam. Het ging hier om pacifistische anarchisten die op ludieke wijze een andere levenswijze wilden invoeren. In zijn boek ‘Het Neoliberalisme’ stelt professor Jaap Kruithof dat tijdens de jaren zestig zich een aantal sociale bewegingen ontwikkelden met een belangrijke maatschappelijke impact. Hij somt er tien op die ik de moeite waard vind om hier aan te halen. 

  1. De natuurbeweging, met allerlei actiegroepen tegen de verloedering van het milieu door roofbouw, vervuiling en uitroeiing.  In de jaren zeventig ontstonden daaruit de groene partijen.
  2. De derdewereldbeweging die de nationale bevrijdingsoorlogen in het Zuiden steunt en de eerlijke handel met onderontwikkelde landen wil bevorderen. 
  3. De beweging van de pacifisten tegen de koude oorlog, de atoombewapening en de oorlog in Vietnam. Daarbij aansluitend ontstaat er verzet tegen repressie en politiestaat, voor geweldloze weerstand, burgerlijke ongehoorzaamheid, de flowerpower en een inzet voor meer basisdemocratie. 
  4. De vrouwenbeweging, geleid door de Dolle Mina’s die ageert tegen de commerciële uitbuiting van het vrouwelijke en zich inzet voor gelijk loon voor gelijk werk. 
  5. De beweging van de zwarten in de USA, Black Panthers, met daarbij aansluitend een strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika.
  6. De beweging van de studenten. Men ageert tegen ondemocratische en autoritaire structuren in scholen en universiteiten. Ook de verzuiling wordt bestreden. In de eerste helft van de jaren zestig was er in Vlaanderen een strekking voor een pluralistisch gemeenschapsonderwijs op gang gekomen waaraan zelfs Martens en Dehaene meededen. Beide politici haakten af toen duidelijk werd dat de CVP bleef zweren bij het voortbestaan van het katholiek onderwijsnet. 
  7. De arbeidersbeweging bleef actief met geplande en wilde stakingen, protesten tegen sluitingen, betogingen en allerhande prikacties. Vooral in de problematische sectoren van de mijnbouw, het staal en de textiel waren de conflicten hevig. 
  8. De beweging van de krakers die zich verzetten tegen het kapitalistische woonbeleid met veel ontoelaatbare leegstand en weerzinwekkende verkrotting. 
  9. De beweging die opkwam voor nieuwe ethische normen inzake de microsociale leefverbanden. Het ging hier om thema’s zoals het gebruik van anticonceptiva, de toepassing van abortus, de gelijkberechtiging van homo’s en lesbiennes en de experimenten met communes. 
  10. Tenslotte vermeld Kruithof de beweging van kunstenaars die zich inzetten tegen het academische, de zoutloze middelmatigheid en voor meer vrijheid, meer maatschappelijke creativiteit en meer overheidssteun voor progressieve kunstenaars opkwamen. 


Ik kan mij levendig voorstellen dat een progressieve vrijmetselarij deze thema’s niet uit de weg zal gegaan zijn. In dit verband zou het interessant zijn om de pl° uit die tijd onder de loep te nemen. De werkgroep Vrijmetselaars in Vlaanderen stelde het in 1975 in haar publicatie ‘Progressieve Vrijmetselarij’ als volgt:  “Op vele gebieden heeft de maçonnerie bijgedragen tot grote emancipatiebewegingen: o.m. de stimulering van het democratisch officieel onderwijs, de democratisering van het politieke, culturele en sociale leven, de bevrijding uit de seksuele taboes, de aftakeling van de autoritaire principes, de vredesbeweging, de internationalisering van de Rechten van de Mens, de vrijere pedagogie en de coëducatie, de deklerikalisering gekoppeld aan een vrijzinnig, humanistisch denken, de coëxistentie in de wereld in volmaakt pluralistische zin, enz. Zij (d.i. de maçonnerie) zal de voeling niet mogen verliezen met al wat kritisch en creatief denkt in deze wereld. Zij moet de woorden van Wilhelm Dilthey indachtig blijven : ‘Wij versmaden de constructie (= het reeds voltooide), houden van het onderzoek en staan sceptisch tegenover de machinerie van het systeem".  

De werkplaats Georges Beernaerts wou aan de idealen van arbeid en broederlijkheid een nieuw elan geven door ze terug te plaatsen in het arbeidersmilieu. Immers, de maçonnerie is gegroeid uit de operatieve vrijmetselarij waarvan zij de verheven idealen van arbeid en broederlijkheid heeft overgenomen.

In het kader van mijn uiteenzetting leek het mij gepast dit bij wijze van inleiding naar voor te brengen. Georges Beernaerts is immers niet zo maar opgericht. De negen Br° die indertijd het initiatief namen  hadden een duidelijk afgebakend doel voor ogen. De principeverklaring werd dan ook door hen besloten met de volgende woorden : “Deze idealen innig te beleven, naar buiten uit te dragen en alle lagen van de samenleving bij te betrekken, inzonderheid de arbeidersklasse waaruit de vrijmetselarij groeide, is het doel dat de broeders van deze werkplaats voor ogen houden, en waartoe ze de verbintenis aangaan al hun krachten te bundelen."

Volledigheidshalve kan ik hier ook nog vermelden dat eens alle administratieve geplogenheden waren vervuld er kon overgegaan worden tot het Oprichten van de Kolommen. Dit gebeurde op 20 januari 1963. Aan die plechtigheid namen 210 BB° deel. 

2. Vrijmetselarij in de 21ste eeuw binnen de A°L° Georges Beernaerts
 

Sedert haar oprichting is onze werkplaats uitgegroeid tot een geheel van 100 BB° Bij oprichting van de kolommen bedroeg het aantal leden 20 BB° en na 10 jaar was dit ledental gestegen tot 93 BB°. We mogen ons echter niet blindstaren op deze aantallen vermits we er rekening moeten met houden dat in de loop der jaren er broeders uitgezwermd zijn naar andere werkplaatsen en afgereisd zijn naar het E°O°

Ongeveer de helft van deze broeders zijn nog regelmatig actief in onze werkplaats. Vraag is of deze broeders, met andere woorden wij, zich nog steeds vinden in de beginselverklaring die de basis vormde voor het oprichten van deze werkplaats.
Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat hier positief kan op geantwoord worden. Wij zoeken zeker niet op het stort der geschiedenis te belanden. De reden van ons bestaan is nog steeds mee te helpen aan de opbouw van de Tempel der Mensheid.

Als werkplaats dienen we terug de begeestering te vinden van de beginjaren. Ongewild hebben we misschien de invloeden van onze maatschappij ondergaan. In de jaren negentig ging het er heel wat individueler aan toe in onze maatschappij. En dit niettegenstaande er heel wat gebeurd is in deze wereld. Ik som even op:

bulletDe ineenstorting van het communistisch Oostblok en de daarmee gepaard gaande verzwakking van de Europese communistische partijen
bulletTwee petroleumcrisissen en twee golfoorlogen
bulletDe val van de Sjah van Iran en de komst van Khomeini
bulletDe dictactuur van Sadam Hoessein in Irak
bulletDe oorlog tussen Irak en Iran
bulletDe groei van het fundamentalisme
bulletDe Russen verloren de oorlog in Afghanistan
bulletCuba slaagde er in om stand te houden
bulletAllende werd vermoord en Pinochet installeerde een rechts regime in Chili
bulletDe Sandinisten verloren de macht in Nicaragua
bulletIn Zuid-Afrika verdween de apartheid
bulletDe volkerenmoord in Rwanda

Wat is er geworden van de sociale bewegingen van de jaren 60? Een deel van de boodschappen die van die bewegingen uitgingen werden opgenomen in verwaterde vorm in de programma’s van de traditionele partijen  wat is er geworden van de studentenbeweging?

En zo zou ik kunnen doorgaan. Sta me toe nogmaals Kruithof te citeren:
Van de indertijd zo geprezen maatschappelijke houding van de intellectuelen bleef weinig over. Wedijver op de markt werd hoofdzaak. Die markt legde haar axioma’s – winstbejag en concurrentie – op aan filosofen, wetenschapsmensen, mediamakers en kunstenaars die hun autonomie verloren. De progressieve moraal, gestoeld op gelijkheid, solidariteit, pluralisme, tolerantie en humane permissiviteit, moest wijken voor het neoliberale bezitsindividualisme, dat subjectivistisch en relativistisch is. "

Een progressieve vrijmetselarij is vandaag meer dan nodig. Tal van zaken wijzen er op dat binnen onze maatschappij langzaam maar zeker het besef groeit dat individualisme en desinteresse niet de meest geschikte attitudes zijn die ons handelen dienen te bepalen. Wij vrijmetselaars weten dit maar al te goed.

Het lijkt mij aangewezen dat wij binnen onze werkplaats gezamenlijk de nodige denkoefeningen houden omtrent tal van nieuwe tendensen die zich aandienen in de ons omringende wereld. Op die tendensen ga ik hier niet dieper ingaan. Belangrijk om hier te vermelden is dat we ons niet mogen beperken tot een louter passief handelen maar er naar moeten streven onze woorden in daden om te zetten. De loge dient meer te zijn dan een praatbarak, althans dit is mijn innige overtuiging. Soms vraag ik mij af of hier niet de reden moet gezocht worden waarom diverse broeders na een tijdje afhaken en de vrijmetselarij voor bekeken houden. Staat er niet in onze principeverklaring dat wij onze idealen naar buiten uit willen dragen en er alle lagen van de samenleving willen bij betrekken? Doen we dit ook? ……. Ik denk dat een rustpauze van stilte hierop het gepaste antwoord is.

Belangrijk binnen de wereld van de vrijzinnigheid zijn de werkplaatsen van de vrijmetselarij, stelt Kruithof in zijn boek ‘Het Humanisme’. Door de aanwezigheid van die loges bestaat er binnen de brede vrijzinnigheid een scheiding tussen de ‘maçonnieken’ en de anderen poneert Kruithof vervolgens zonder dit echter verder uit te werken. Hij beperkt zich tot enkele kritische opmerkingen met betrekking tot de vrijmetselarij waarbij de gekende concepten van ‘geheim genootschap’, ‘gesloten gemeenschappen’, ‘elitarisme’, ‘vriendjespolitiek' enz. de revue passeren. Telkens ik dergelijke bemerkingen lees vraag ik mij af of er dan zo een grote onwil heerst in de profane wereld. Een figuur als Kruithof bewonder ik om zijn degelijke analyses die hij maakt met betrekking tot onze maatschappij – wat niet wil zeggen dat ik zijn oplossingen ten volle onderschrijf – en toch dien ik vast te stellen dat hij met betrekking tot wat mij het meest dierbaar is in zijn analyse faalt. Anderzijds ben ik mij er ten volle bewust van dat dergelijke misvattingen hun oorsprong in de eerste plaats vinden in de houding die de vrijmetselarij vaak aanneemt. Nee, we zijn geen groepje van gelijkgezinden die los staat van de anderen om ons. Het is echter wel juist dat we als groepering te vaak, om niet te zeggen altijd, het stilzwijgen bewaren rond thema’s die het maatschappelijk bestel aanbelangen. Als groepering nemen we
niet deel aan de discussies. We schuwen de dialoog. Ik ben er van overtuigd dat onze werkplaats de potentie in zich heeft om deze oh zo belangrijke dialoog aan te gaan. Een dialoog die op twee niveaus kan gevoerd worden, nl. enerzijds door het aan te durven om profanen die iets zinnigs te vertellen hebben uit te nodigen op sommige studiesecties, en anderzijds via publicaties, het medium internet, enz. onze standpunten kenbaar te maken. Een vervolg schrijven op het boek ‘progressieve vrijmetselarij’ lijkt mij het overwegen waard. Dit lijkt mij een project die deze werkplaats moet aankunnen. Het zou tevens een gepast antwoord zijn op de vele onzin die reguliere broeders heden ten dage de wereld in sturen. Verder zou het een gepast antwoord zijn op die broeders die hun persoonlijke meningen te pas en te onpas koppelen aan de vrijmetselarij en de indruk wekken dat dit de standpunten zijn van de maçonnerie. Meestal gaat het hier dan ook om broeders die niet zo actief zijn in de beweging.

Een ander punt dat ik hier zou willen aanhalen is dat van het bezoekrecht. Meerdere malen is hier op de kolommen reeds aangehaald dat de reglementen van onze obediëntie zijn aangepast. Als ik stel dat deze werkplaats gedurende jaren voor dit thema op de barricades heeft gevochten dan stel ik hier niets nieuw. Voor diverse broeders lag hierin de bestaansreden van Georges Beernaerts. Ik kan mij wel niet van de indruk ontdoen dat sommige broeders nu met een leeg gevoel achterblijven. Voor hen is de strijd gestreden en alle fut is weg. Zij zien als het ware geen doelen meer binnen de maçonerie. Die broeders zou ik willen zeggen dat het nu nog maar pas begint. Het ligt aan onszelf of we de nodige initiatieven zullen nemen om hier in deze tempel te arbeiden met broeders en zusters behorende tot andere bevriende obediënties. Een aanzet hiertoe kan het plannen zijn van gemeenschappelijke zittingen en studiesecties.  Wat mij betreft ben ik bereid hieraan mijn volle medewerking te verlenen. Ook hier kunnen we dus terug baanbrekend werk leveren. Ik vermoed dat we het allen eens zijn over het feit dat ‘bezoekrecht’ meer inhoud dan het aanwezig zijn op inwijdingen gevolgd door een al of niet rijkelijk banket. Maçonnieke arbeid houdt meer in dan eten en drinken. Nu weet ik wel dat eten en drinken ervoor zorgen dat het organisme de nodige energie opdoet om arbeid mogelijk te maken  maar wij van Georges Beernaerts schuwen de arbeid niet en zijn niet bang om onze handen vuil te maken Wat ik wil zeggen laat ons het bezoekrecht een passende inhoud geven. Laat ons ook nu weer het licht in de duisternis zijn.

Een ander punt waar ik de aandacht zou willen op vestigen en even zou willen bij stilstaan betreft de verkiezing van de officieren dignitarissen zoals we dat maçonniek zo mooi bombastisch kunnen zeggen. Sommige broeders hebben moeilijkheden en worstelen met het idee van deze plichtplegingen die onze reglementen ons voorschrijven. De argumenten die zij aanvoeren zijn inderdaad terecht en waarschijnlijk ook zo oud als de maçonnerie zelf. Leo Apostel, die we zo graag koesteren, merkt met betrekking tot dit thema het volgende op: "Om iedere groepsvorming in de werkplaatsen tegen te gaan en om te beletten dat zich hiërarchienen zouden vormen moeten alle ambten, inbegrepen die van voorzittend meester en redenaar, die opinievormend kunnen werken door rotatie en zonder verkiezing om beurten aan alle logeleden worden toevertrouwd."
Hij voegt daaraan toe dat op die manier in de Engelse loges wordt gewerkt. Van de regulieren kunnen we dan toch nog iets leren.  Wat ik wil zeggen is dat we als werkplaats ons in de toekomst moeten beraden of we onze reglementen dienaangaande niet moeten aanpassen. Wanneer ik het vertrouwen krijg van deze werkplaats zal deze problematiek zeker op de agenda worden geplaatst. Het vormen van een werkgroep die het voorbereidend werk op zich wil nemen lijkt mij een eerste noodzakelijke stap om dan met zijn allen hierin een beslissing te nemen.

De nieuw aan te stellen COD zal zonder dralen ook de nodige initiatieven dienen te nemen ter voorbereiding van 40 jaar G.B. Ook hier ben ik ervan overtuigd dat alle broeders hun steentje zullen moeten bijdragen. De plank van deze middag kunnen we beschouwen als een eerste aanzet in die richting. Een aantal zaken die tijdens het komende feestjaar kunnen aanbod komen zijn:

bulletEen plechtige feestzitting in januari waarbij de stichtende broeders van deze werkplaats op een of andere manier gehuldigd worden
bulletIk denk ook dat we iets moeten doen rond die broeders die reeds een respectabel aantal jaren lid zijn van de vrijmetselarij.
bulletHet idee van een zitting met onze moederloge, zusterloges en dochterloges zou ik ook ter overweging willen voorleggen. Als ik het juist heb zou het hier gaan om volgende werkplaatsen: Les Elèves de Thémis, Marnix Van St. Aldegonde, de Geuzen, Salvador Allende, De Werf en Reinaert.
bulletEen of ander initiatief met diverse werkplaatsen van diverse obediënties lijkt mij ook de moeite waard wanneer we het initiatief nog zien zitten om een videofilm te realiseren zullen we ook moeten nadenken over het feit hoe en wanneer we die zullen presenteren.

Ik weet niet welke conclusie br° redenaar direct zal maken met betrekking tot de te verwachten stemming. Verwacht wordt nu waarschijnlijk dat ik de te verkiezen ploeg aan jullie zou voorstellen. Ik ga dit echter niet doen. Ik hoop dat uit mijn uiteenzetting een beeld kan gevormd worden hoe ik sta tegenover deze werkplaats en hoe ik aankijk tegen haar toekomst. Ik wil mij hier beperken met te stellen dat de ploeg die zich kandidaat heeft gesteld zo wel jong en oud vertegenwoordigd en er volgens mij garant voor staat om de goede werking van onze werkplaats verder te zetten. Tijdens diverse gesprekken die ik met hen elk afzonderlijk heb gevoerd is mij bijgebleven dat zij allen laaiend enthousiast zijn om hun taak op zich te nemen en zich 100% in te zetten voor het welzijn van deze werkplaats. Eén bedenking wil ik hier nog maken. Een werkplaats is meer dan een achtbare meester, is meer dan een raad van bestuur. Ze zijn slechts de instrumenten die gebruikt worden om de arbeid mogelijk te maken.
Het zijn alle broeders die de noodzakelijke arbeid moeten leveren opdat binnen deze werkplaats het nodige wordt gedaan om verder te bouwen aan de Tempel der Mensheid. Van dit laatste moeten we ons met zijn allen terdege bewust zijn.
 

Ik zou willen eindigen met een aforisme van Friedrich Nietzsche dat terug te vinden is in het werk ‘De vrolijke wetenschap:
"Alles wat hij thans doet, is keurig en fatsoenlijk -) en toch bezorgt het hem een slecht geweten. Want het uitzonderlijke is zijn opdracht."
 

Eric P.
 

Home Up Next