|
|
|
|
Intentieverklaring E.P.
... 40 jaar Georges Beernaerts, en wat nu ?
|
| De ineenstorting van het communistisch Oostblok en de daarmee gepaard gaande verzwakking van de Europese communistische partijen | |
| Twee petroleumcrisissen en twee golfoorlogen | |
| De val van de Sjah van Iran en de komst van Khomeini | |
| De dictactuur van Sadam Hoessein in Irak | |
| De oorlog tussen Irak en Iran | |
| De groei van het fundamentalisme | |
| De Russen verloren de oorlog in Afghanistan | |
| Cuba slaagde er in om stand te houden | |
| Allende werd vermoord en Pinochet installeerde een rechts regime in Chili | |
| De Sandinisten verloren de macht in Nicaragua | |
| In Zuid-Afrika verdween de apartheid | |
| De volkerenmoord in Rwanda |
Wat is er geworden van de sociale bewegingen van de jaren 60? Een deel van de boodschappen die van die bewegingen uitgingen werden opgenomen in verwaterde vorm in de programma’s van de traditionele partijen wat is er geworden van de studentenbeweging?
En zo zou ik kunnen doorgaan. Sta me toe nogmaals Kruithof te citeren:
‘Van de indertijd zo geprezen maatschappelijke houding van de intellectuelen
bleef weinig over. Wedijver op de markt werd hoofdzaak. Die markt legde haar
axioma’s – winstbejag en concurrentie – op aan filosofen,
wetenschapsmensen, mediamakers en kunstenaars die hun autonomie verloren. De progressieve moraal,
gestoeld op gelijkheid, solidariteit, pluralisme, tolerantie en humane
permissiviteit, moest wijken voor het neoliberale bezitsindividualisme, dat
subjectivistisch en relativistisch is. "
Een progressieve vrijmetselarij is vandaag meer dan nodig. Tal van zaken wijzen er op dat binnen onze maatschappij langzaam maar zeker het besef groeit dat individualisme en desinteresse niet de meest geschikte attitudes zijn die ons handelen dienen te bepalen. Wij vrijmetselaars weten dit maar al te goed.
Het lijkt mij aangewezen dat wij binnen onze werkplaats gezamenlijk de nodige denkoefeningen houden omtrent tal van nieuwe tendensen die zich aandienen in de ons omringende wereld. Op die tendensen ga ik hier niet dieper ingaan. Belangrijk om hier te vermelden is dat we ons niet mogen beperken tot een louter passief handelen maar er naar moeten streven onze woorden in daden om te zetten. De loge dient meer te zijn dan een praatbarak, althans dit is mijn innige overtuiging. Soms vraag ik mij af of hier niet de reden moet gezocht worden waarom diverse broeders na een tijdje afhaken en de vrijmetselarij voor bekeken houden. Staat er niet in onze principeverklaring dat wij onze idealen naar buiten uit willen dragen en er alle lagen van de samenleving willen bij betrekken? Doen we dit ook? ……. Ik denk dat een rustpauze van stilte hierop het gepaste antwoord is.
Belangrijk binnen de wereld van de vrijzinnigheid zijn de werkplaatsen
van de vrijmetselarij, stelt Kruithof in zijn boek ‘Het Humanisme’. Door de
aanwezigheid van die loges bestaat er binnen de brede vrijzinnigheid een
scheiding tussen de ‘maçonnieken’ en de anderen poneert Kruithof vervolgens
zonder dit echter verder uit te werken. Hij beperkt zich tot enkele kritische
opmerkingen met betrekking tot de vrijmetselarij waarbij de gekende concepten
van ‘geheim genootschap’, ‘gesloten gemeenschappen’, ‘elitarisme’,
‘vriendjespolitiek' enz. de revue passeren. Telkens ik dergelijke bemerkingen
lees vraag ik mij af of er dan zo een grote onwil heerst in de profane wereld.
Een figuur als Kruithof bewonder ik om zijn degelijke analyses die hij maakt met
betrekking tot onze maatschappij – wat niet wil zeggen dat ik zijn oplossingen
ten volle onderschrijf – en toch dien ik vast te stellen dat hij met
betrekking tot wat mij het meest dierbaar is in zijn analyse faalt. Anderzijds
ben ik mij er ten volle bewust van dat dergelijke misvattingen hun oorsprong in
de eerste plaats vinden in de houding die de vrijmetselarij vaak aanneemt. Nee,
we zijn geen groepje van gelijkgezinden die los staat van de anderen om ons. Het
is echter wel juist dat we als groepering te vaak, om niet te zeggen altijd, het
stilzwijgen bewaren rond thema’s die het maatschappelijk bestel aanbelangen.
Als groepering nemen we
niet deel aan de discussies. We schuwen de dialoog. Ik ben er van overtuigd dat
onze werkplaats de potentie in zich heeft om deze oh zo belangrijke dialoog aan
te gaan. Een dialoog die op twee niveaus kan gevoerd worden, nl. enerzijds door
het aan te durven om profanen die iets zinnigs te vertellen hebben uit te nodigen op sommige
studiesecties, en anderzijds via publicaties, het medium internet, enz. onze standpunten kenbaar te maken. Een vervolg schrijven op het boek ‘progressieve
vrijmetselarij’ lijkt mij het overwegen waard. Dit lijkt mij een project die
deze werkplaats moet aankunnen. Het zou tevens een gepast antwoord zijn op de
vele onzin die reguliere broeders heden ten dage de wereld in sturen. Verder zou
het een gepast antwoord zijn op die broeders die hun persoonlijke meningen te
pas en te onpas koppelen aan de vrijmetselarij en de indruk wekken dat dit de
standpunten zijn van de maçonnerie. Meestal gaat het hier dan ook om broeders
die niet zo actief zijn in de beweging.
Een ander punt dat ik hier zou willen aanhalen is dat van het bezoekrecht. Meerdere malen is hier op de kolommen reeds aangehaald dat de reglementen van onze obediëntie zijn aangepast. Als ik stel dat deze werkplaats gedurende jaren voor dit thema op de barricades heeft gevochten dan stel ik hier niets nieuw. Voor diverse broeders lag hierin de bestaansreden van Georges Beernaerts. Ik kan mij wel niet van de indruk ontdoen dat sommige broeders nu met een leeg gevoel achterblijven. Voor hen is de strijd gestreden en alle fut is weg. Zij zien als het ware geen doelen meer binnen de maçonerie. Die broeders zou ik willen zeggen dat het nu nog maar pas begint. Het ligt aan onszelf of we de nodige initiatieven zullen nemen om hier in deze tempel te arbeiden met broeders en zusters behorende tot andere bevriende obediënties. Een aanzet hiertoe kan het plannen zijn van gemeenschappelijke zittingen en studiesecties. Wat mij betreft ben ik bereid hieraan mijn volle medewerking te verlenen. Ook hier kunnen we dus terug baanbrekend werk leveren. Ik vermoed dat we het allen eens zijn over het feit dat ‘bezoekrecht’ meer inhoud dan het aanwezig zijn op inwijdingen gevolgd door een al of niet rijkelijk banket. Maçonnieke arbeid houdt meer in dan eten en drinken. Nu weet ik wel dat eten en drinken ervoor zorgen dat het organisme de nodige energie opdoet om arbeid mogelijk te maken maar wij van Georges Beernaerts schuwen de arbeid niet en zijn niet bang om onze handen vuil te maken Wat ik wil zeggen laat ons het bezoekrecht een passende inhoud geven. Laat ons ook nu weer het licht in de duisternis zijn.
Een ander punt waar ik de aandacht zou willen op vestigen en even zou willen bij
stilstaan betreft de verkiezing van de officieren dignitarissen zoals we dat
maçonniek zo mooi bombastisch kunnen zeggen. Sommige broeders hebben
moeilijkheden en worstelen met het idee van deze plichtplegingen die onze
reglementen ons voorschrijven. De argumenten die zij aanvoeren zijn inderdaad
terecht en waarschijnlijk ook zo oud als de maçonnerie zelf. Leo
Apostel, die we zo graag koesteren, merkt met betrekking tot dit
thema het volgende op: "Om iedere groepsvorming in de werkplaatsen tegen te
gaan en om te beletten dat zich hiërarchienen zouden vormen moeten alle ambten,
inbegrepen die van voorzittend meester en redenaar, die opinievormend kunnen werken door rotatie en zonder verkiezing om beurten aan
alle logeleden worden toevertrouwd."
Hij voegt daaraan toe dat op die manier in de Engelse loges wordt gewerkt. Van
de regulieren kunnen we dan toch nog iets leren. Wat ik wil zeggen is dat we als werkplaats ons in de toekomst moeten beraden of
we onze reglementen dienaangaande niet moeten aanpassen. Wanneer ik het
vertrouwen krijg van deze werkplaats zal deze problematiek zeker op de agenda
worden geplaatst. Het vormen van een werkgroep die het voorbereidend werk op
zich wil nemen lijkt mij een eerste noodzakelijke stap om dan met zijn allen hierin een beslissing te nemen.
De nieuw aan te stellen COD zal zonder dralen ook de nodige initiatieven dienen te nemen ter voorbereiding van 40 jaar G.B. Ook hier ben ik ervan overtuigd dat alle broeders hun steentje zullen moeten bijdragen. De plank van deze middag kunnen we beschouwen als een eerste aanzet in die richting. Een aantal zaken die tijdens het komende feestjaar kunnen aanbod komen zijn:
| Een plechtige feestzitting in januari waarbij de stichtende broeders van deze werkplaats op een of andere manier gehuldigd worden | |
| Ik denk ook dat we iets moeten doen rond die broeders die reeds een respectabel aantal jaren lid zijn van de vrijmetselarij. | |
| Het idee van een zitting met onze moederloge, zusterloges en dochterloges zou ik ook ter overweging willen voorleggen. Als ik het juist heb zou het hier gaan om volgende werkplaatsen: Les Elèves de Thémis, Marnix Van St. Aldegonde, de Geuzen, Salvador Allende, De Werf en Reinaert. | |
| Een of ander initiatief met diverse werkplaatsen van diverse obediënties lijkt mij ook de moeite waard wanneer we het initiatief nog zien zitten om een videofilm te realiseren zullen we ook moeten nadenken over het feit hoe en wanneer we die zullen presenteren. |
Ik weet niet welke conclusie br° redenaar direct zal maken met betrekking
tot de te verwachten stemming. Verwacht wordt nu waarschijnlijk dat ik de te
verkiezen ploeg aan jullie zou voorstellen. Ik ga dit echter niet doen. Ik hoop
dat uit mijn uiteenzetting een beeld kan gevormd worden hoe ik sta tegenover
deze werkplaats en hoe ik aankijk tegen haar toekomst. Ik wil mij hier beperken
met te stellen dat de ploeg die zich kandidaat heeft gesteld zo wel jong en oud
vertegenwoordigd en er volgens mij garant voor staat om de goede werking van
onze werkplaats verder te zetten. Tijdens diverse gesprekken die ik met hen elk
afzonderlijk heb gevoerd is mij bijgebleven dat zij allen laaiend enthousiast
zijn om hun taak op zich te nemen en zich 100% in te zetten voor het welzijn van
deze werkplaats. Eén bedenking wil ik hier nog maken. Een werkplaats is meer
dan een achtbare meester, is meer dan een raad van bestuur. Ze zijn slechts de
instrumenten die gebruikt worden om de arbeid mogelijk te maken.
Het zijn alle broeders die de noodzakelijke arbeid moeten leveren opdat binnen
deze werkplaats het nodige wordt gedaan om verder te bouwen aan de Tempel der
Mensheid. Van dit laatste moeten we ons met zijn allen terdege bewust zijn.
Ik zou willen eindigen met een aforisme van Friedrich Nietzsche dat
terug te vinden is in het werk ‘De vrolijke wetenschap:
"Alles wat hij thans doet, is keurig en fatsoenlijk -) en toch bezorgt het hem
een slecht geweten. Want het uitzonderlijke is zijn opdracht."